Start
Redactie
Beemster Agenda
Nieuwsarchief
Foto-impressies
In gesprek met
Verenigingen
Gastenboek
Over de Bengel
Links
Literair kamerconcert 'Mijn lieve Burgerhart' van grote klasse B
Middenbeemster, 25 april 2016

In Cultureel Centrum Onder de Linden werd op 24 maart een literair kamerconcert gegeven door THIM Theater in Muziek. Uitvoerende artiesten waren Janne Daalderop als Saartje Burgerhart, Marijke Beversluis als juffrouw Hartog, die tevens de tekst schreef en bovendien regie voerde.
Het was een verrassende ontmoeting met de 18de eeuw, die in een fris kort jasje was gestoken. Saartje, de hoofdpersoon uit het boek 'Sara Burgerhart', geschreven door Betje Wolff en Aagje Deken werd in dit concert weer tot leven gewekt: een vrolijk jongmeisje, dat op de grens staat van volwassenheid en volop geniet van het leven. Ze weet zich omringd door prachtige jongemannen en vriendinnen, maar de zure juffrouw Hartog, is stinkend jaloers en probeert van alles om Saartje in een slecht daglicht te stellen. Het is aannemelijk dat Betje Wolff toen ze samen met Aagje Deken in 1782 dit boek schreef, terugblikte op haar eigen onbezorgde jeugd in Middelburg, die een noodlottige wending nam toen ze de benen nam met een vrijer van lagere komaf.

  Door deze zeer kwalijk geachte daad werd de goede naam van haar familie aangetast en Betje werd uit de gemeenschap gestoten. Op 21 jarige leeftijd huwde ze in 1777 met een 52 jaar oude weduwnaar, een dominee uit het verre Beemster. Adrianus Wolff gaf haar wel haar vrijheid om de dingen te doen, te zeggen en te schrijven die in Vlissingen ongepast waren, maar of er met zoveel leeftijdsverschil nog sprake was een hartstochtelijk huwelijk...
Onlangs vond in het huis waar Betje Wolff heeft gewoond een ontmoeting met enkele bezoekers plaats, die tot gevolg had dat Betje in de persoon van Sara Burgerhart nog een keer terug kwam naar Beemster.
De bezoekers vertelden bezig te zijn met het uitvoeren van een literair klassiek kamerconcert waarin Sara Burgerhart centraal staat. Daarom wilden ze ook eens een kijkje nemen in het huis waar Betje Wolff van 1759-1799 had gewoond. Met name het zolderkamertje met aan de wand alle boeken die Betje gelezen moet hebben, deed de sfeer herleven van de wereld waarin zij leefde. Tijdens het gesprek kwam naar voren dat de mensen van Theaterinmuziek THIM in dit huis heel graag een uitvoering van hun literair kamerconcert 'Mijn Lieve Burgerhart' zouden willen geven.  

  Helaas bleek dit niet uitvoerbaar, omdat de kleine vertrekken daarvoor niet geschikt zijn en pianist Evert-Jan Groot heeft tenminste een goed gestemde piano, liefst een vleugel, nodig. Gelukkig lag de oplossing van een beter podium voor de hand: Onder de Linden. Zo kon Evert-Jan Groot, die onder meer als begeleider en repetitor is betrokken bij de Nederlandse Reisopera hier achter de prachtige vleugel plaatsnemen. Hij begeleidde de sopraan Janneke Daalderop in aria's van Mozart, Scarlatti, Haydn en Händel en vertolkte een aantal instrumentale stukken, geschreven door componist Andries van Rossum.
Centraal stond vertelster Mariek Beversluis, als hedendaagse (Juffrouw Hartog), die eveneens in het verhaal van Saartje voorkomt. Gewapend met het boek Sara Burgerhart vertelde ze geboren te zijn uit twee moeders: Betje Wolff en Aagje Deken. In Betjes tijd heeft ze een enorme haat ten aanzien van het aantrekkelijke jonge en onbedorven meidje. In wezen is ze ook nog verliefd op een van Saartjes vrijers, die als vliegen op de stroop op haar afkwamen, maar die arme juffrouw Hartog niet zagen staan. Maar toch, als 21ste eeuwer is Juffrouw Hartog blij dat zij nu wel de vrijheid heeft die jonge meisjes in die tijd werden ontzegd.  
 
Sopraan Janneke Daalderop verrastte met haar prachtige stem. Ze vertolkte fijne aria's, zoals 'Nun beut die Flur' uit Die Schöpfung van Haydn. Op gitaar begeleidde ze zichzelf bij het zingen van de aria 'A, que l'amour' van E.R.Duni op een tekst van Voltaire.
De tekst van andere aria's bleken fragmenten te zijn uit Sara Burgerhart. Deze waren echter niet zo verstaanbaar door de vele coloraturen die Mozart en Haydn zo kwistig neerpenden.
  Toch zou je voor zo'n stem een wat betere akoestiek willen wensen, want Daalderop had er knap moeite mee om die halsbrekende coloraturen te zingen.
Onder de Linden is dan wel een heel gezellig vestzakthater, maar niet echt geschikt voor operasterren, die een techniek hebben ontwikkeld, waarmee ze altijd zonder microfoon zingen.
Toch heeft het publiek heel erg genoten van deze voorstelling.
Nog een klein nootje toe: heel erg attent en handig was, dat op elke stoel een prachtig programmaboekje met veel informatie was gelegd.