Start
Redactie
Beemster Agenda
Nieuwsarchief
Foto-impressies
In gesprek met
Verenigingen
Gastenboek
Over de Bengel
Links
Subliem spel door toneelgroep Tetra redde 'De Potvis'
Middenbeemster, 10 april 2016    
 

Toneelgroep Tetra bracht op zondag 10 april in 'Onder de Linden' twee keer het door Frank Houtappels geschreven stuk “De Potvis” voor het voetlicht. Het was tevens de afsluiting van een serie van zeven voorstellingen onder regie van Mart Hellingman met als insteek: een potvis spoelt aan op het strand en is reddeloos verloren. Het stervende dier roept bij mensen emoties op en -in dit stuk- bij Ingrid (Tonnie van der Veen), die vanuit haar raam op het strand uitkijkt. Door het overlijden van haar echtgenoot en de onherroepelijke dood van de potvis beseft ze dat ze het roer moet omgooien om niet net als de potvis eenzaam te stranden.

Ze stelt vast, dat het huwelijk haar niet heeft gebracht wat zij zich er van had had voorgesteld. Ze trouwde een droogstoppel die in haar herinnering maar weinig meer zei dan zei: 'Wat eten we', 'Lekker' en 'welterusten' en op zijn sterfbed waren zijn laatste woorden: 'Wat een kutleven heb ik gehad en nu ga ik godverdomme dood! Dat laatste stond natuurlijk niet in de rouwadvertentie, maar ze vertelde haar dochters wat er werkelijk op het sterfbed gebeurde.
De overleden echtgenoot was in dit stuk de afwezige aanwezige, want in de vorm van een urn met inhoud speelde hij nog een belangrijke rol.

 
  Rode draad
Er moest namelijk beslist worden wat er met zijn as moest gebeuren en dat was de rode draad in het plot. 'Zet hem maar in het schuurtje; daar zat hij toch altijd!' Nergens werd een goed woord over de overledene gesproken, maar het gekissebis tussen de beide dochters was evident aanwezig. De zussen maakten het hun moeders er ook niet gemakkelijk op. De egoìstische Roos, (Truus Appelman) woonachtig in Thailand, ontbrak al op de crematie en het bezorgde sloofachtige typetje Mia (Ellen de Koning) had de urn in gehaaste vergeetachtigheid aan het tuinhekje laten hangen.
     
De weduwe besloot haar leven anders te gaan inrichten en zette daarbij het leven van alledrie volledig op zijn kop, hetgeen tot komische verwikkelingen leidde. Jazeker! Er kon wel gelachen worden, want de tekst was zeer spitsvondig neergepend door auteur Frank Houtappels.
Er deed ook heer mee in dit stuk: vriendelijke dorpsgenoot en huisvriend Walter (Martin Roffel) die zich zeer dienstbaar opstelde en goede raad gaf. Hij liep in en uit en was het wandelend factotum voor de ietwat stuurloze vrouwen, elk met hun eigen problemen.
 
     
  Ademloos zat het publiek te kijken naar het prachtige decor (Henk Appelman en Nico Velzeboer) waarbij ook twee TV schermen, vermomd als ramen, op het strand uitkeken. Daar wandelden mensen, vloog een vogel op en vielen de avond en nacht.
In de pauze werd het publiek buiten de deur en in het zonnetje gezet omdat er een ingrijpende decorwisseling moest worden uitgevoerd. Dat was eveneens verbijsterend mooi; het achterdoek met tropische bloemen versierd en beide TV schermen vertoonden draaiende ventilatoren met daarachter een geheimzinnig oerwoud. Een wierookstokje gaf als extra dimensie de geur van het verre Oosten weer.
     
Iedereen ging opgetogen naar huis: "Wat een prachtig stuk". Maar thuis, achter de PC bekroop mij het gevoel dat het verhaal na de pauze niet die veelbelovende uitgezette vertellijn van het eerste deel had gevolgd.
De familie bevond zich in akte twee in Thailand ten huize van Roos. In een slome tropische hitte werden alle laden opengetrokken om elkaar onverbloemd de waarheid te zeggen en de omvangsvormen werden minder afstandelijk. De hulpgrage huisvriend Walter, die ook als gezelschap was meegereisd deed pogingen die tot wat meer dan vriendschap aanspoorden. De dochters realiseerden zich dat hun huwelijk ook op de klippen was gelopen en dat ze alle zeilen bij moesten zetten om te redden wat er te redden viel.
 
  Klapstuk bleek de meegebrachte urn, die zijn rol nog niet bleek te hebben uitgespeeld. Door een valpartij belandde een deel van de inhoud op het gazon. Met stoffer en blik werd de as bij elkaar geharkt en besloten werd toen om dan maar alles in de tuin uit te strooien. Ziezo!, daar was men van af en dat zou eigenlijk wederom het einde van de rode draad kunnen zijn!
Het was bijna voelbaar dat de toneelspelers zelf een beetje moeite hadden met de toenemende onwaarschijnlijkheid. Zo had de inmiddels wat joliger weduwe in de drukte van de 'Bengkokse' straten een olifant zien lopen met een achterlichtje aan zijn staart. Die wilde ze adopteren en daarmee haalde ze de krant.
     
Het derde deel, was nog een beetje meer ongeloofwaardig. Ze zaten als Piggelmee weer in het hutje aan de zee en moeder had een groot aantal verstrekkende ideeën over hoe ze verder wilde. Een laatste opleving?
De auteur bleek aan 'De Potvis' maar geen logisch einde te kunnen breien, want er kwam zelfs nóg een finale achteraan, waarin de oude dame totaal dement bleek te zijn en zich van een potvis helemaal niets meer kon herinneren.
Theatergroep Tetra wist door tekstvastheid en een groot acteertalent een rookgordijn op de trekken om het stuk overtuigend te laten overkomen en daarmee redden zij 'De Potvis'.