Start
Redactie
Beemster Agenda
Nieuwsarchief
Foto-impressies
In gesprek met
Verenigingen
Gastenboek
Over de Bengel
Links
Bijzonder scholenproject in residenties van Scheringa en Wolff
Mart en Janna bedachten kostelijk schoolproject rond thema wonen
Middenbeemster, 17 mei 2016    
Leerlingen van groep 5 van de Beemster basisscholen beleefden op 16, 17 en 18 mei in het kader van het project 'Wonen' iets heel bijzonders. Ze mochten namelijk op audiëntie bij burgemeester Hendrik Scheringa en kregen daar een rondleiding door zijn huis en bedrijf. Daarna brachten ze een bezoek aan de voormalige pastorie, waar eertijds de schrijfster Betje Wolff, echtgenote van ds. Adrianus Wolff woonde.
Natuurlijk verkeren genoemde personen niet meer in blakende gezondheid op deze wereld. Scheringa was burgemeester van de Beemster van 1876 – 1896 en Betje Wolff heeft in de pastorie van 1759-1777 gewoond, maar de herinnering aan beiden wordt levend gehouden doordat beide residenties thans musea zijn. Hoe Scheringa en Wolff in hun tijd leefden en wonen werd duidelijk gemaakt door Mart Hellingman en Janna Bakker, die er een schoolproject van maakten. De leerlingen werden ontvangen in het vierkant van de stolp Westerhem, waar een filmpje over wonen in vroeger tijden werd vertoond. Daarna werden ze in groepjes verdeeld en naar drie verschillende lokaties gestuurd.
 
Eén groep ging met Jan, de knecht, mee naar de stal, waar één zieke koe stond, dat vertelde Jan tenminste. De andere 20 koeien stonden volgens hem gewoon in de wei. Een optelsom was snel gemaakt: totaal 23 koeien.
Zijn vraag aan de kinderen was: waarop staat de koe? Dat wisten ze wel: stro, maar ze moesten wel gissen naar wat stro eigenlijk was ... nee, niet gedroogd gras; dat is hooi, maar stro is gedorst graan.
  De tweede groep ging op bezoek bij Maartje, de vrouw van Jan. Er zijn in Beemster maar twee boerderijen, waar de eigenaar niet in de stolp woonde. Maar daarin was wel een woning voor de knecht. Het was een heel klein kamertje, maar van alle gemakken voorzien: veel kasten en achter twee van de deuren een opgemaakte bedstee, waarin wel vijf personen konden slapen. En er was brongas, waarmee gekookt, verlicht en verwarmd kon worden.
 
Er was op Westerhem nog één bezoek af te leggen: aan de burgemeester, die in het deftige voorhuis woonde. Ze klommen de hoge blauwe stoep op en belden aan aan de deftige voordeur. Die werd vroeger alleen opengedaan voor voorname bezoekers.
Maar kijk! burgemeester Scheringa, alias Mart Hellingman, deed zelf open en nodigde ze gastvrij binnen. Ze kregen allemaal een hand van burgemeester.
  Scheringa ontving de jonge bezoekers in de deftige Zondagse kamer, die vroeger alleen op zondag werd gebruikt. Daar vertelde de burrie over hoe hier de verwarming geregeld was: met een kolenkachel! Naast de kachel stond een doofpot en die werd 's avonds bij het naar bed gaan gevuld met de nog brandende kooltjes. Dit om te voorkomen dat er brand ontstond. De burgemeester liet ook de andere vertrekken in het huis zien.
 
Na drie kwartier werd de rondleiding in de Westerhem beëindigd en gingen de kinderen naar Museum Betje Wolff, waar ze werden ontvangen door gastvrouw Aafje. Een groepje ging de tuin in met tuinman Piet waar ze spelletjes zouden gaan doen.   Bijvoorbeeld water uit de put ophalen en met twee emmertjes aan het juk naar de tobbe rennen om deze te vullen. Dat werd zo leuk gevonden, dat er geen tijd meer over was voor andere spelletjes. Slechts één meisje probeerde op de houten stelten te lopen.
 
In de keuken zaten Sanny, de huishoudster van Betje en haar man Paul. Ze voerden een toneelstukje op dat handelde in 1916 tijdens de grote Waterlandse Watersnoodramp en dus kon Paul niet naar Purmerend, maar moest in de buurt boodschappen doen. Sanny vroeg of de jeugd wist wat turf was.   Paul moest eerst wel even de smalle ladder in een hoek van de keuken op om te kijken of er op de turfzolder nog genoeg turf voor de kachel lag. Dat was interessant... de bezoekers stonden in de rij om ook even naar boven te mogen klimmen en het luik van de zolder op te wippen.
 
Op de geheimzinnig verlichte zolder van Betje Wolff kregen twee meisjes en twee jongetjes van Aafje ouderwetse nachthemdjes uitgereikt en mét mutsjes. Zo uitgedost mochten ze van Aafje even in de bedstee van de meid in het 'meidenkamertje 'klimmen. Dat lag heel knus en lekker vonden ze.   Het andere groepje kreeg opdracht van baker Evalien om een baby, zoals die vroeger in de wieg lag, uit te kleden: omslagdoek, luiertruitje, luier, onderluier, hemdje en navelbandje, allemaal met veiligheidsspelden vastgemaakt. Het losmaken van de spelden was even een lastig karweitje.
 
In de tuinkamer kregen de kinderen van quizzmaster Joke een formulier met vragen over wat ze allemaal gezien en beleefd hadden op deze ochtend.
 
Tot slot werd op het terras van het Museum even samen geëvalueerd. Mart, Aafje en juf Suzanne vroegen wat de leerlingen het leukst gevonden hadden en dat was: de twee emmertjes water halen! De leerlingen hebben op deze manier veel geleerd over hoe het leven in vroeger tijden was.   Ze zullen ook thuis veel te vertellen hebben over dit mooie project van Janna en Mart.
Achter de heg stonden de vrijwilligers te genieten van de geestdrift waarmee werd teruggekeken op de belevenissen van deze ochtend.
Paul, Janna, Sanny en Evalien.

Tenslotte
Er gebeurde op deze ochtend te veel om allemaal in foto's en tekst vast te leggen. De vrijwilligers maakten onder de paraplu van het Historisch Genootschap Beemster dit prachtige schoolproject mogelijk.
Het is zo geslaagd, dat het voor herhaling geschikt is. Voor de Beemster scholen zeker, maar wellicht dat andere scholen zoiets ook wel eens als een leuk en vooral nuttig uitstapje voor hun leerlingen zouden kunnen vinden.

Paul en Sanny tijdens hun act aan de keukentafel.