Start
Redactie
Beemster Agenda
Nieuwsarchief
Foto-impressies
In gesprek met
Verenigingen
Gastenboek
Over de Bengel
Links
In het Waterlands Archief over Beemster in de periode 1910-1940:Huisvesting! Een problematiek van alle tijden?
Middenbeemster, 4 november 2016    
Het Ketenbesluit voor gastarbeiders in Beemster in 1929
Het huisvestingsbeleid van losse arbeiders op de boerenbedrijven was een onderwerp dat in 1928 bij de Gemeenteraad van Beemster ter tafel kwam. Toen betrof het de huisvesting van Nederlandse 'gastarbeiders', de Hannekemaaiers en de Poepen. Cees de Groot, coördinator Waterlands Archief die een parallel ziet een met de huidige huisvesting van Poolse en andere Oost-Europese 'gastarbeiders'. ontvangt gaarne reacties via e-mail: c.groot@waterlandsarchief.nl
Zie ook de stukken in het Waterlants Archief
Huisvesting van losse landarbeiders
Huisvesting van losse arbeiders, werkzaam waren in de akkerbouw en veehouderij in Beemster, werd als agendapunt tijdens de raadsvergadering van de Gemeente Beemster op 30 augustus 1928 besproken.
Dit, naar aanleiding van het feit, dat er blijkbaar twijfel was gerezen aan de kwaliteit daarvan.
Al in 1924 had de regering een Ketenbesluit uitgevaardigd waarin werd gesteld aan welke eisen de huisvesting moest voldoen. Omdat het besluit een Gemeente het recht gaf om de omstandigheden van huisvesting te controleren werd besloten een onderzoek in te stellen om te kijken of de opgevangen signalen wel klopten.
 
  Besloten werd een brief aan drie agrarische organisaties te zenden, namelijk de Hollandsche Maatschappij van Landbouw, de LTB afdeling Beemster en de Bond van Akkerbouwers.
Hun werd opgedragen maatregelen te nemen om gevallen van de slechte huisvesting te signaleren en te doen verbeteren.

Voor zover bij het Waterlands Archief bekend is kwam er één reactie binnen: die van de heer K.Nobel voorzitter van de Holl.Mij.
Deze liet weten dan dit onderwerp op 26 oktober 1928 in de bestuursvergadering uitvoerig was besproken. Hij kwam tot de volgende conclusies:
Voor verbetering vatbaar
Waar het betrof de huisvesting van de tijdelijke arbeiders die korte tijd in het veehouderij werkten, zou deze aan de redelijk gestelde eisen voldoen.
Betreffende de huisvesting van de arbeiders in de akkerbouw die een langere tijd duurde en vooral in het natte koude najaar, bleek deze echter hier en daar nog wel voor flinke verbetering vatbaar te zijn.
Het bestuur van de Holl.Mij. achtte zich echter niet bevoegd zelf een onderzoek bij de betreffende werkgevers in te stellen, maar rolde het balletje weer terug naar Burgemeester en wethouders.
 
  Verder stelde Nobel de vraag of een werkgever aansprakelijk kon worden gesteld bij ziektegevallen die niet behoorlijk in keeten of schuren behandeld konden worden.
Hij wilde ook weten wat de voorwaarden zouden zijn bij opname in de Gemeentelijke Ziekeninrichting en in het bijzonder wat de gevolgen voor de werkgever zouden zijn als die ziekten of ongevallen te wijten waren aan slechte huisvesting.

Noot bij de foto: de Beemster ziekenbarak zou in een van deze huizen gevestigd zijn geweest.

Foto's: Waterlants Archief