Start
Redactie
Beemster Agenda
Nieuwsarchief
Foto-impressies
In gesprek met
Verenigingen
Gastenboek
Over de Bengel
Links
Grote belangstelling voor pijpenkoppenmiddag in Stolp Westerhem
Middenbeemster, 21 oktober 2016    
In het vierkant van Agrarisch Museum Westerhem hielden de heren Ruud Stam en Bert van der Lingen van de PKN, de 'Stichting voor Onderzoek Historische Tabakspijpen' een determinatiemiddag over pijpenkoppen en andere aan tabak verwante objecten. Ze gaven zo belangstellenden de kans om meer aan de weet te komen over de in hun tuin of akker gevonden oude tabakspijpen. Ze hebben namelijk zoveel kennis van alle soorten en maten van pijpen om precies de datum van fabricage te bepalen.
Dat er voor een dergelijke activiteit belangstelling bestond, blijkt wel uit het grote aantal deelnemers, dat zich vanaf 13.00 uur met hun bodemschatten meldden.
 
  Tot een uur of vier stonden rijen voor de tafel waarachter de heren zich verschanst hadden met loep en een boek, waarin veel van dergelijke bodemschatten staan afgebeeld. Wat werd meegebracht variëerde van een enkele kleipijp tot zakken vol pijpenkoppen. Eén van de aanwezigen was mevrouw Riet Tol, die in een kistje vol pijpenkoppen bij zich had. Ze waren door haar overleden echtgenoot Henk Tol heeft aangetroffen tijdens zijn archeologische activiteiten in Beemster. Uit dat kistje haalden de determinators zelfs een exemplaar dat dateerde uit 1620. Het zou heel wel mogelijk kunnen zijn dat deze nog heeft toebehoord aan de eerste schoolmeester van de Beemster. Deze woonde eertijds in het buurtje waar nu het huis van de familie Tol staat.
De inbreng was enorm. Iemand bracht deze oude pot vol pijpen mee. De meeste waren steelloos, maar toch was er nog wel een exemplaar bij, waaraan de steel niet ontbrak.
Het oudste pijpje dat op de tafel bij Stam en van der Lingen werd gelegd dateerde van ca 1590.
Een heel bijzondere vondst was wel de pijp waaraan de lange steel van wel 70 cm zat. "Op zich was het al een hele kunst om een dergelijke pijp te persen", verklaarde Stam en dat die ook nog ongeschonden bewaard blijft is een unicum. Een andere opmerkelijke vondst was de zogenaamde monsterpijp uit de 17de eeuw en die was indertijd speciaal gemaakt voor zeevarenden. De kop toonde het beeld van een zeemonster en de steel was versierd.
 
  Na 16.00 uur werd het wat stiller in het vierkant en had Stam gelegenheid om iets meer over het fenomeen pijproken uit te leggen. "Pijproken werd in de tweede helft van de 16de eeuw geïntroduceerd. Het heeft zich daarna zeer snel ontwikkeld, want 30 jaar later rookte iedereen, ook vrouwen en kinderen", vertelde hij.
"Het roken is altijd al verslavend geweest, ook toen de tabak nog niet gefermenteerd werd. Bij fermenteren werd de smaak sterker en al snel werden daarbij marihuana en bilzenkruid toegepast. In Nederland werd ook wel tabak geteeld, maar voor goede tabak moest je toch in Zuid Amerika zijn. Tabak was natuurlijk aanvankelijk heel duur en daarom waren de pijpenkoppen maar heel klein.  
Tot ongeveer 1630, toen de prijs van de tabak enorm daalde tot wel een een tiende van de oorspronkelijke prijs. Dus werden de pijpenkoppen groter. Nederland had vanaf die tijd het monopoly voor fabricage van pijpen. Zo werden in Gouda in de jaren 1730-50 zo tussen 150 tot 200 miljoen stuks ambachtelijk gemaakt.
Er ontstond een enorme industrie waarin vele duizenden mensen werkzaam waren. Hier werden de mooiste en beste pijpen van heel Europa gemaakt. Ze werden geperst in mallen. Nee, het was beslist geen kinderarbeid.
Alleen mannen boven de 18 konden dit zware werk aan, waarbij ze toch elk ongeveer duizend pijpen per dag persten.
 
  En... de Goudse pijp was ook de beste ter wereld. Kleileverende bedrijven in Duitsland en België hebben ook nog wel geprobeerd om in eigen land een pijpenproductie op gang te brengen, maar kwalitatief bleken de daar gemaakte pijpen aanmerkelijk minder goed te zijn dan de Nederlandse. De pijpen kregen de meest wonderlijke vormen, met soms zelfs bizarre afbeeldingen. Die zijn allemaal te zien in het Amsterdamse pijpenkoppenmuseum.
Doordat er zoveel te vertellen is over dit voorwerp uit de Nederlandse geschiedenis zijn oude pijpenkoppen nog steeds geliefde verzamelobjecten.
De KPN geeft jaarboeken en tijdschriften uit.

Eind 19de eeuw werd overgaan op de houten pijp, die gemaakt wordt uit wortelknollen van een heidesoort (Erica).

Op het bijzettafeltje in de woonkamer van het Agrarisch Museum liggen de pijpen uit de bijzondere pijpengeschiedenis broederlijk naast elkaar.

Het HGB kan met het organiseren van deze pijpenkopmiddag een bijzonder leuke activiteit bijschrijven in annalen van Agrarisch Museum Westerhem.