Start
Redactie
Beemster Agenda
Nieuwsarchief
Verenigingen
Gastenboek
Over de Bengel
Links
Met Cees en Betsy de Waal nog even nagenieten
van diamanten huwelijksdag
 
Middenbeemster, 14 september 2018

Op 19 juni 1958 traden Cees de Waal en Betsy Meinsma in het huwelijk. Dat feit werd op 19 juni 2018 te midden van de familie met vreugde gevierd. Wel ontbrak zoon Henk, omdat hij zijn bestaan in Canada heeft opgebouwd en onmogelijk bij het feest aanwezig kon zijn. Niettemin werd het een blije dag en er was heel wat te vertellen omdat op 18 juni, een dag tevoren de burgemeester Joyce van Beek al persoonlijk bij hun nieuwe appartement in het Prinses Beatrixpark was langs gekomen om het bruidspaar te feliciteren. De pers was uitgenodigd om bij dat bezoek aanwezig te zijn, maar soms is het ook heel prettig om achteraf, na alle drukte een datum te prikken voor een gezellig babbeltje met beide echtelieden Cees en Betsy solo, die -zoals vroeger wel eens werd gezegd: échte Beemsterlingen- zijn. Beiden zijn met de Beemster vergroeid en hebben zich jarenlang voor de gemeenschap ingezet.

Zo was Betsy wel 30 jaar vrijwilligster op diverse fronten en in het bijzonder bij Vriendschappelijk Huisbezoek. Ze was ook jarenlang secretaris bij Koersbalclub Middenbeemster. De foto laat Betsy zien als verzorgster van de dorstige kelen tijdens een koersbalmiddag die intertijd nog in obs De Blauwe Morgenster werd gehouden. In 2016 werd ze als oud-bestuurslid vanaf de oprichting van de club in de bloemetjes gezet. Nog steeds mag ze op woensdagmiddag nog graag de koersbalmiddagen, die thans in de recreatiezaal van Middelwijck worden gehouden, bezoeken. Maar door alle 60 jaren heen was Betsy voor Cees vooral ook 'de vrouw achter de man'.
Behalve dat Cees' professionele leven zich voornamelijk op het agrarische vlak afspeelde, heeft hij zich ook ingezet voor VVV Agentschap Beemsters Welvaart en later Agrarisch Museum Westerhem. Een belangrijke figuur was hij ook bij de Veekeuring van de Beemster Feestweek. Voor hem paradeerden dan de mooiste koeien uit de stallen van jonge veehouders/fokkers. Ja, van koeien wist hij alles af. Zijn grote kennis over bouw en kwaliteitskenmerken van een koe was zijn beroep maar werd bovenal zijn hobby. Tijdens de opening van de gevarieerde zomertentoonstelling 'KIJK! Beemster', mocht De Waal deze als eregast openen. Hij had aan het inrichten daarvan veel werk gehad, waarbij zijn grote kennis over melkvee en de Beemster goed te pas kwam. Hij was volop fotograaf en uit zijn meer dan aanzienlijke collectie foto’s, zijn naast die van provinciaal stamboekrundvee ook een enorme hoeveelheid foto's gemaakt van landschappen, boerderijen, bloemen en andere Beemster beelden uit de jaren 1990-2000.
Alle Beemster boerderijen werden door hem systematisch op de foto gezet en in tientallen fotoboeken geplakt. Dit soms wel tot wat ergernis bij Betsy. "Heb je nou nog niet genoeg foto's gemaakt?" Zo kiekte hij ook deze prachtige landelijke foto van schapen bij het damhek, nog gemaakt met zijn spiegelcamera. Aan digitaal is hij niet meer toegekomen. Mede door het fotograferen weet hij over alle plekjes in de polder wel iets te vertellen.
Het was dan ook geen verrassing dat hij in 1999 een prijs won met de prijsvraag van de feesteditie van Binnendijks.
Alle opdrachten had hij met zijn Betsy samen goed beantwoord.
En het zou Cees de Waal niet zijn geweest als hij tijdens de prijsuitreiking in De Oude Munt nog niet allerlei bijzonderheden wist te vermelden.
Overigens waren de twee andere prijzen voor de families van Twisk en IJff.
Cees' verdiensten aan de gemeenschap zijn vele. Hij heeft diverse bestuursfuncties bekleed, zoals Wbv. Goed Wonen, RABO bank Beemster en de O.V.T.B. Waar hem in 1993 al een Koninklijke onderscheiding te beurt viel en in oktober 1985 een Beemster tegel. In september 1999 werd hem tijdens zijn afscheid bij de Commissie Woonruimteverdeling ook nog de erepenning van de Beemster toegekend. Deze onderscheiding was voor hem een grote verrassing en natuurlijk viel hem een liefdevolle kus van Betsy ten deel.
Zo leidden ze samen een vol en liefdevol leven dat gezegend werd door de geboorte van twee zoons en een dochter. die allemaal in het leven een goede plek hebben gevonden.
Ja, daar wilden ze graag wat over vertellen. Ze namen er een lekker bekertje koffie op en toen kwamen de verhalen los over het heden maar ook over vroeger tijden.
Over het heden waarin de gezondheid wat meer te wensen overlaat. Nee, zo maar in het openbaar spreken gaat Cees niet meer zo goed af en rondleiden in het Agrarisch Museum, waar hij al vanaf maart 2000 een van de vrijwilligers was die hielp bij het inrichten van de stolp, lukt ook niet meer omdat hij het vervelend vindt om naar woorden te zoeken. Wel loopt hij er nog wel eens naar binnen en iedereen die vragen heeft, kan altijd nog bij hem terecht.
Beiden zijn tevreden met wat ze nog kunnen en het is voor hun al echt een uitje om samen, elk met een rollator, 's zondags naar de kerk te gaan, waar ze genieten van de muziek. Dat stukje redden ze nog wel, samen. Daarom gaan ze wel op tijd van huis, om een goed plekkie te zoeken.
Op de vraag of allebei geboren en getogen in de Beemster zijn moet Cees antwoorden, dat hij pas vanaf zijn vierde in de deze polder kwam wonen. Zijn vader pachtte hier boerderij De Lepelaar aan de Middenweg, waar hij een fijne jeugd doorbracht. In 1946 werd de pacht van de boerderij niet verlengd en moest het gezin een ander onderkomen zoeken. Nog één keer kreeg Cees onlangs gelegenheid om de boerderij van binnen te bekijken toen hem een rondleiding werd aangeboden.
Tot zijn grote vreugde ontdekte hij dat de wandschildering met de engeltjes in de opkamer, waarin hij vroeger sliep en zijn huiswerk voor school maakte, nog steeds aanwezig is (foto J.Jobsis).

Specialist Rundveeverbeteraar
Na het behalen van zijn ULO diploma begon hij als assistent-stamboekhouder bij de Beemsterr Rndveefokvereniging. Na het volgen van de Middelbare Landbouwschool kreeg hij een baan bij de Nederlandse Rundvee Stamboekvereniging. Zijn taak bestond uit het bezoeken van boerderijen waar een kalfje te vroeg of te laat was geboren. Daarvoor bezocht hij de provincies N.Holland, Drenthe, Groningen en Overijssel. Zijn taak was om vast te stellen of het kalf wel van de juiste stier was. Dan keek hij hoe het kalf was gebouwd en ook was het mogelijk een bloedonderzoek te doen. Bij de geringste twijfel werd het kalf niet ingeschreven in het Rundveestamboek.
In de beginjaren legde hij zijn bezoeken nog per fiets af en dat hield in dat hij soms wel een week van huis was. Na 8.5 jaar kreeg hij om zijn grote kennis een baan bij het KI station Sijbekarspel en later trad hij in Rijksdienst als Specialist Rundveeverbeteraar.

Na zijn pensionering
Na het beëindigen van zijn drukke werkzaamheden als specialist rundveeverbeteraar is hij dus al tal van jaren actief als vrijwilliger bij het Agrarisch Museum Westerhem. Daar bleek dat hij, behalve voor koeien, ook veel oog voor paarden had. Dus kreeg hij de organisatie toevertrouwd voor de inrichting van de zomertentoonstelling van 2004.
Vanzelfsprekend ging zijn voorkeur uit naar de stoere agrarische werkpaarden die vroeger het land bewerkten. In januari 2004 was hij met de groep vrijwilligers in het vierkant bezig met het bespreken van de inrichting voor de in eind april te openen tentoonstelling: 'Paarden, in alle hamen pas'.

Betsy
Haar moeder was al jong weduwe met twee kinderen en woonde aan de Oosthuizerweg. Ze kreeg een rijksdaalder steun van de Diakonie maar moest voor de incasso daarvoor naar Middenbeemster lopen.
Maar aan die ellende kwam een eind toen ze met een gescheiden man trouwde, die ook twee kinderen had. De armoede dreef ze naar elkaar.
Het nieuwe echtpaar vestigde zich in een huisje van de diaconie aan de Middenweg, vlak naast toen nog het armenhuis, later de winkel van de Spar. In die steeg stonden zelfs drie huisjes. Het voorste huisje was het grootst en bevatte een huiskamer met twee bedsteden, een keukentje en een zoldertje.

Bovendien was er ook een winkeltje waar borstels, bezems en speelgoed werden verkocht. In dit huisje werden nog drie kinderen, waaronder Betsy, geboren. Voor het gezin met nu 9 personen werd het kleine huisje natuurlijk al snel veel te klein. In 1933 kon vader, die automonteur was een paar huizen verder aan de Middenweg een stukje land kopen en er groter een huis op laten bouwen.
Hijkreeg daarvoor een lening van fl. 2.400,-- af te lossen in jaarlijkse termijnen van 100 gulden en 6  gulden rente. Er was ook een stukje land bij, dat groenten en fruit opleverde, er liepen kippen rond en een geit zorgde voor de melk. Ook stonden er vier bijenkasten die samen wel 120 potten honing opleverden en gretig aan de man werden gebracht.

Het was boeiend om naar de verhalen naar het leven van beide echtelieden te luisteren en daarom, al heeft het door omstandigheden even geduurd voordat dit interview gepubliceerd kon worden, toch was het de moeite waard om iets over de achtergrond van deze twee illustere Beemsterlingen te schrijven.

Omhoog